Gietijzer is eigenlijk precies wat de naam zegt: ijzer dat vloeibaar is gemaakt en daarna in een vorm is gegoten.
Maar wat is er anders aan?
Het grote verschil met staal is de hoeveelheid koolstof. Gietijzer bevat veel meer koolstof (meestal tussen de 2% en 4%).
Dit zorgt voor een paar unieke eigenschappen:
Het smelt makkelijker, het is keihard, maar ook weer heel broos. Je kan het niet buigen. Maar als je met een enorme moker op een gietijzeren plaat slaat, buigt deze niet, maar barst hij als glas.
Als ze eenmaal heet zijn, blijven ze dat urenlang.
De regels
Omdat er zoveel koolstof in zit, kan onbewerkt gietijzer snel roesten. Daarom moeten die zwarte pannen altijd "ingebrand" worden met een laagje olie. Dat laagje bakt vast en zorgt voor een natuurlijke anti-aanbaklaag.
Kortom: Gietijzer is de zware, onverwoestbare van de metalen. Het is lomp, kan niet buigen, maar het laat je nooit in de steek als het om hitte gaat. |