250 gr bloem
1 tl zout
2 zakjes vanillesuiker of 2 tl kaneel
10 gr verse gist of 5 gr gistpoeder
2 eieren
250 ml lauwe melk
100 gr boter, gesmolten
poedersuiker |
Doe de bloem met het zout, vanillesuiker of kaneel in een kom.
Maak de gist in een kommetje aan met 3 eetlepels lauwe melk tot een vloeibaar papje.
Volg bij gebruik van gistpoeder de gebruiksaanwijzing op het zakje.
Maak een kuiltje in de bloem en giet hier de aangemaakte gist in. Voeg de eieren en 250 ml melk toe.
Roer vanuit het midden alle bloem door het gistmengsel en roer het met een houten lepel of mixer tot een dik, glad beslag.
Voeg de rest van de lauwe melk, met 200 ml water en de afgekoelde gesmolten boter geleidelijk toe. Laat het beslag, afgedekt met een bord, op een lauwwarme plaats (30-35 graden) ongeveer 1 uur rijzen, bijvoorbeeld in een bak met handwarm water, dat op temperatuur moet worden gehouden.
Verwarm het wafelijzer ongeveer 15 minuten voor, bestrijk het met gesmolten boter. Doe een hoeveelheid beslag genoeg voor een wafel in het ijzer en bak de wafel, zonder het wafelijzer te openen, in circa 3-4 minuten goudbruin en knappend. Neem de wafel met een puntig mesje of een breinaald uit het ijzer. Bestrijk met gesmolten boter en strooi er dik poedersuiker over. Bak de rest van de wafels op dezelfde wijze. |