400 gr spliterwten
1/2 knolselderij, in blokjes
1 kleine winterwortel, in blokjes
400 gr schouderkarbonades
100 gr gerookte spekblokjes
200 gr gesneden prei
250 gr rookworst
1/2 bos bladselderij, fijngesneden
1/2 bos peterselie, fijngesneden
pezo |
Gevonden!
Na lang zoeken heb ik het dan toch nog gevonden! Er is wel een verschil tussen snert en erwtensoep. Ik wou eens weten waar die namen vandaan kwamen en na heel lang zoeken gevonden.
Met ‘snert’ wordt erwtensoep van de tweede dag bedoeld. Deze is veel lekkerder! Erwtensoep die een dag oud is en goed afgekoeld is een vaste brij, waarin de lepel gemakkelijk rechtop blijft staan en de kruiden zijn er dan lekker ingetrokken.
Deze dikke snert warm je op een heel laag pitje op onder voortdurend roeren en voeg eventueel nog wat water toe om koek-vorming op de bodem van de pan te voorkomen.
Was de erwten. Breng 1 1/2 liter water met de erwten, knolselderij, wortel, karbonades en spekblokjes aan de kook en laat het geheel 1 1/2 uur zachtjes koken. Voeg de laatste 15 minuten de prei toe.
Snijd de rookworst in plakjes. Schep de karbonades uit de pan en snijd het vlees van de botjes.
Doe het vlees terug in de pan. Voeg de kruiden, rookworst, zout en peper naar smaak toe en laat de soep nog 10 minuten zachtjes koken. Roer de soep enkele malen goed door.
De erwtensoep goed laten afkoelen - laat zich zeer goed invriezen. Bij ontdooien en opwarmen van ingevroren erwtensoep blijven smaak en aroma vrijwel geheel behouden. Ontdooien en opwarmen op heel laag vuur. Het loont zeer de moeite als u erwtensoep maakt - en over een diepvriezer beschikt! - wat meer te maken dan u voor direct gebruik nodig hebt. |