Vrijwel alle groenten uit een pot of blik (zoals worteltjes, doperwtjes, sperziebonen, mais, bieten en rode kool) kan je prima drogen.
Omdat potgroenten in de fabriek al zijn gekookt of geblancheerd, hebben ze een grote voorsprong: ze rehydreren na het drogen ontzettend snel. Dit maakt ze ideaal voor zelfgemaakte droogmaaltijden voor het hiken, kamperen of voor een snelle soep/stoofpot.
Algemeen stappenplan voor potgroenten
Spoelen:
Giet de pot leeg in een zeef en spoel de groenten heel goed af onder koud water. Dit verwijdert het conserveringsvocht, overtollig zout en eventueel toegevoegde suikers.
Snijden & verkleinen:
Snijd grotere stukken (zoals wortelschijfjes, sperziebonen of grote bieten) in kleinere, gelijke stukjes of dunnere plakjes. Kleine groenten zoals doperwten en mais kun je direct zo gebruiken.
Droogdeppen:
Dep de groenten zo goed mogelijk droog met een schone keukendoek of keukenpapier. Hoe minder vocht er aan de buitenkant zit, hoe sneller het droogproces is.
Drogen:
Verdeel de groenten over de trays. Gebruik fijnmazige matjes of droogsheets, want groenten krimpen sterk en vallen anders door de roosters. Droog op 52 graden tot 57 graden gedurende 8 tot 14 uur (afhankelijk van de dikte en de groentesoort).
Droogheid testen:
Laat een paar stukjes een minuutje afkoelen en knijp/buig ze. Ze moeten hard, rimpelig of zelfs broos/bros aanvoelen. Er mag absoluut geen vocht meer uit komen.
Let op bij de textuur:
Groenten uit een pot zijn door het inmaakproces al zachter dan verse groenten. Als je ze na het drogen weer welt in heet water, worden ze sneller zacht dan gedroogde verse groenten. Voor soepen en stoven is dit perfect, maar voor een knapperige 'bite' kun je beter verse (of diepvries)groenten blancheren en drogen.
Bewaren
Laat de gedroogde groenten eerst helemaal afkoelen tot kamertemperatuur. Bewaar ze in een luchtdichte glazen pot (zoals een weckpot of pot met schroefdeksel) op een koele, donkere en droge plek. Gedroogde potgroenten blijven zo gerust 12 tot 24 maanden goed. |